Diamant

De magie van diamant
Diamant wordt wel de ‘koning der edelstenen’ genoemd. Toch is deze edelsteen heel eenvoudig van samenstelling. Diamant bestaat uit zuivere koolstof die kristalliseert ten gevolge van zeer hoge druk en hoge temperatuur. Dergelijke omstandigheden vinden we enkel op een diepte van 150 tot 200 km onder het aardoppervlak. Daar precies ontstaat diamant. Diamant vindt zijn weg naar het aardoppervlak door vulkanische uitbarstingen.

De waarde van een diamant wordt bepaald door een combinatie van vier verschillende kwaliteitsnormen, die de vier C’s genoemd worden.

Karaatgewicht (carat weight)
Bij alle edelstenen en dus ook bij de diamant wordt het gewicht uitgedrukt in karaten. Het woord karaat is afgeleid van een natuurlijke gewichtseenheid: de zaadjes van de Johannesbroodboom. Vroeger werden deze zaadjes gebruikt als gewichtseenheid. Nu is één karaat op 0,2 gram vastgesteld en onderverdeeld in honderd ‘puntjes’.

Zuiverheid (clarity)
Bijna alle diamanten bevatten minuscule sporen van niet gekristalliseerde koolstof of andere mineralen. De meeste onzuiverheden worden pas zichtbaar onder een loep. Ze worden ‘insluitsels’ genoemd en ze zijn als het ware de vingerafdrukken van de diamant omdat ze elke diamant volstrekt uniek maken. Globaal geldt: hoe minder insluitsels een diamant heeft, des te zeldzamer en dus kostbaarder hij is. Een diamant die bij een tien maal vergrotende loep geen insluitsels vertoont, wordt loepzuiver genoemd.

Kleur (colour)
Hoewel het merendeel van de diamanten kleurloos lijkt, hebben ze vaak een gele of een bruine tint. De mooiste kleur voor een diamant is kleurloos want alleen een kleurloze diamant heeft een volmaakte prismawerking. Echt uitzonderlijk zijn diamanten met een natuurlijke groene, rode, blauwe, roze of ambergele kleur. Deze zeldzame edelstenen worden ‘fancy colours’ genoemd.

Slijpsel en slijpvorm (cut)
Van de vier C’s heeft de mens alleen invloed op het slijpsel. Een ruwe diamant lijkt zoveel op een gewone kiezelsteen dat de meeste mensen er zonder meer aan voorbij zouden lopen. Alleen vakmensen zijn in staat de gloedvolle pracht van een diamant te onthullen. Een diamant verliest tijdens het slijpproces gemiddeld zo’n 50% van zijn oorspronkelijke gewicht. Diamant ontleent zijn schittering aan de weerkaatsing van licht. De slijper staat daarom voor de taak de facetten zodanig aan te brengen dat het licht optimaal van het ene facet naar het andere wordt gekaatst.

Bron: Sieraden Informatie Centrum